Vrijwilligerswerk

From Democratie.Nu
Jump to navigationJump to search

Vrijwilligerswerk Gegeven:

Het is Bernard Lietaer (onderwerp geld / complementair geld) bij wie ik in een van zijn boeken voor de eerste maal tegenkom dat er, bij verenigingen die met vrijwilligers werken, gemiddeld een verloop is van 40% per jaar. Dankzij de invoering van complementair geld in de verenigingswerking wordt dit cijfer drastisch gereduceerd.

Bespreking:

40 % per jaar is zeker een hoog cijfer en zal wellicht ook afhankelijk zijn van de aard van de vereniging. Wie verenigingen wat volgt, ziet de start, nieuwsbrief of activiteitenagenda, een piek in het tweede jaar, daling in het derde jaar en gedaan. Met deze evolutie van de continuïteit wordt aangegeven dat vrijwilligerswerk veel gevoeliger is voor opgave dan betaald werk. Zelfs betaling met "complementair geld" heeft, volgens Bernard Lietaer, blijkbaar al een merkbare positieve invloed op de continuïteit (alleen weet ik niet hoe dat zou kunnen werken bij een vereniging in België). De meeste vrijwilligers zijn zich niet bewust van die "gevoeligheid" en geven sneller op dan verwacht ondanks de beste motivatie bij aanvang. Dat is dikwijls het gevolg van een overschatting van eigen mogelijkheden en incasseringsvermogen in een werkomgeving zonder een "automatische" waardering zoals bv geld. Vermits men niet betaald wordt, wat ook een vorm van waardering is, is men voor het volhouden van de inzet volledig afhankelijk van het resultaat en de persoonlijke waardering die men ontvangt of de voldoening die men zelf in zijn werk kan vinden. Als er dan geen of weinig resultaat is, of zelfs tegenslag, noch persoonlijke waardering, met daarbij dan nog de niet aflatende kritiek, dan is opgave niet ver af. (de “als ge het beter kunt doe het dan zelf” reactie) Een bijkomend probleem is soms de grote dynamiek van een vereniging. Met perioden is er een grote toevloed van mensen waar met moeite een taak voor gevonden wordt, en dan een periode waar met moeite volk gevonden wordt voor het meest essentiële. En, zoals hiervoor vermeld, het is niet enkel de taak die je toewijst maar ook de persoonlijke waardering waar je voor moet zorgen. Niet altijd eenvoudig. Er staan er dan ook nog klaar om alles af te schieten, wat je ook doet. Niet dat kritiek verboden is, maar de criticasters beseffen niet altijd de impact van hun kritiek op onervaren (en zelfs ervaren) vrijwilligers die al geen "automatische" waardering krijgen voor hun werk. Kritiek is dan ook in vele gevallen letterlijk en figuurlijk slopend voor vrijwilligers. En dan gaan we er nog van uit dat de kritiek niet kwaadwillig is maar positief bedoeld werd.

Wat vragen we dus aan een vrijwilliger: men moet zijn werk kunnen doen zonder enige waardering en mét kritiek en dat volhouden zonder resultaat op korte termijn. Inzet, incasseringsvermogen, recuperatievermogen en democratisch ingesteld. En je moet ook nog vanalles kennen en kunnen. En dat alles gratis. Wonderlijk dat het maar 40 % is die uitvalt, of dat er zelfs nog iemand aan begint.

We zien ook dat bv in werk dat een zekere voldoening (waardering) op zichzelf geeft, de inzet langer kan zijn. Ik neem hiervoor de webmasters als voorbeeld. Véél kritiek krijgen die ook niet, integendeel. Dus betere continuïteit.

Wat besluiten we nu daaruit voor onze werking? Niet eenvoudig. Alvast dat de noodzaak van een goed contact tussen de "actieve" vrijwilligers omwille van de morele steun (waardering) niet overschat kan worden. Hier is dan weer het verplaatsings en tijd probleem dat stokken in de wielen steekt. Wie een taak op zich neemt met de bedoeling deze met enige continuïteit vol te houden rekent best enkel op de eigen voldoening. Kritiek kan bestudeerd worden maar met grote voorzichtigheid, voor het een negatief effect krijgt op de inzet.


Besluit:

Voorbeeld

- Veilige werking: “Ik heb mij opgegeven als medewerker voor de herziening van de statuten. De coördinator van deze herziening mag mijn inzendingen zonder enige verantwoording volledig negeren, hij hoeft niets uit te leggen. Ik houd er rekening mee dat de definitieve voorstellen geen enkel element van mij bevatten. Als de statuten afgekeurd worden door het congres beginnen we terug. Misschien worden mijn voorstellen terug bekeken”.

- Verhoogd risico: “Ik heb mij opgegeven als medewerker voor de herziening van de statuten. Ik zal mijn voorstellen bij de coördinator van deze herziening verdedigen met volledige inzet zodat er maximaal met mijn inzendingen rekening gehouden wordt. De nieuwe statuten worden na maandenlang werk, discussies, wekelijkse vergaderingen, afgewezen door het congres. Ik stop ermee”. Mijn incasserings- en recuperatievermogen was dus niet in verhouding met de inzet. - Vergelijk de voorbeelden met betaald werk.

Het is dus belangrijk voor iedereen in vrijwilligerswerking om de risico’s in te schatten en de inzet daar op af te stemmen of ten minste er zo goed mogelijk op voorbereid te zijn.

Moeten er, zo mogelijk, zijn: Resultaat : Doelgericht werken, goede afspraken, duidelijke werkingsvoorschriften, inschatting der kansen, realiteitszin. persoonlijke waardering : samenwerking met andere actieve leden, inschatten mogelijkheden op kritiek en gevolgen. voldoening die men zelf in zijn werk kan vinden : dit zal dikwijls het enige zijn dat uiteindelijk de continuïteit zal waarborgen en is dus het belangrijkste element.


Paul Nollen