Petitie

From Democratie.Nu
Jump to navigationJump to search

Evolutie

Concepttekst Petitie 2017-2018 Vlaams Parlement betreffende het versterken van het petitierecht in het Vlaams Parlement als instrument voor de participatieve democratie.

We zien hier ook voor het eerst het bespreken van de mogelijkheid van een internet gebaseerde toepassing.

In dit verband is het interessant om het gebruik van de Belgische E-ID elektronische identiteitskaart voor deze toepassing te beoordelen.

De wettelijke basis

  • De Belgische Grondwet voorziet het volgende in artikel 28:

„Ieder heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, bij de openbare overheden in te dienen.”„Alleen de gestelde overheden hebben het recht verzoekschriften in gemeenschappelijke naam in te dienen.” Wat betreft de Federale Kamer en de Senaat worden de volgende beperkingen opgelegd in artikel 57: „Het is verboden in persoon aan de Kamers verzoekschriften aan te bieden. ”Elke Kamer heeft het recht de bij haar ingediende verzoekschriften naar de ministers te verwijzen. De ministers zijn verplicht omtrent de inhoud uitleg te verstrekken, zo dikwijls als de Kamer het eist.”

Sinds 1998 is het mogelijk om verzoekschriften in te dienen bij het Vlaams Parlement. De rechten van de ondertekenaars zijn in dit decreet formeler uitgewerkt. Men stelt er dat „een verzoekschrift of een petitie een brief is, gericht aan het Vlaams Parlement of aan de voorzitter van het Vlaams Parlement, waarin iemand een verzoek formuleert. Het recht om verzoekschriften in te dienen, heet het petitierecht.”[1][2]

De reglementering van het petitierecht bij het Vlaams Parlement garandeert onder meer een recht op antwoord binnen zes maanden na indiening van het verzoekschrift. Ook heeft de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat ingediend wordt door ten minste vijftienduizend verzoekers, het recht gehoord te worden.

In de Vlaamse gemeenten is het petitierecht van toepassing sinds 1 januari 2007. Het is opgenomen in het gemeentedecreet van 15 juli 2005.

De juridische basis voor het petitierecht is de Grondwet (art. 28), het bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen (afgekort BDVI) (art. 17), het gewoon decreet van 6 juli 2001 houdende nadere regeling van het recht om verzoekschriften bij het Vlaams Parlement in te dienen, en het reglement van het Vlaams Parlement (art. 101). Op grond van artikel 28, 8° BDVI werd het bijzonder decreet van 6 juli 2001 houdende regeling van het recht om verzoekschriften bij het Vlaams Parlement in te dienen opgeheven.


Het gewone decreet van diezelfde datum werd evenwel niet opgeheven; het geldt dus nog steeds. De tekst is hier beschikbaar: http://codex.vlaanderen.be/Portals/Codex/documenten/1008143.html


De informatie over de verzoekschriften kunt u op de website van het Vlaams Parlement terugvinden onder de volgende rubrieken:


https://www.vlaamsparlement.be/over-het-vlaams-parlement/hoe-werkt-het-vlaams-parlement/zelf-het-woord-richten-tot-het-parlement (eenvoudige uitleg)


https://www.vlaamsparlement.be/dossiers/verzoekschriften-uitgebreide-informatie (uitgebreid dossier met richtlijnen, tips, …)

Overzicht wetgeving op alle bestuurlijke niveaus

  • Arjen Nijeboer

18 februari 2014

Dit is een overzicht van de regelgeving met betrekking tot petities (officieel: verzoekschriften) op alle Vlaamse niveaus (gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk) en op federaal Belgische niveau. Wallonië laten we hier buiten beschouwing. De voetnoten verwijzen naar de vindplaatsen op internet.


Alle niveaus

Artikel 28 van de Belgische Grondwet bepaalt voor alle niveaus: “Ieder heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, bij de openbare overheden in te dienen. Alleen de gestelde overheden hebben het recht verzoekschriften in gemeenschappelijke naam in te dienen.” [1] Federaal niveau Wat betreft de federale Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat stelt artikel 57 van de Grondwet: “Het is verboden in persoon aan de Kamers verzoekschriften aan te bieden. Elke Kamer heeft het recht de bij haar ingediende verzoekschriften naar de ministers te verwijzen. De ministers zijn verplicht omtrent de inhoud uitleg te verstrekken, zo dikwijls als de Kamer het eist.” [2] De Kamer van Volksvertegenwoordigers, de belangrijkste kamer van het Belgische parlement, heeft het verzoekschrift verder uitgewerkt in haar Reglement. De belangrijkste bepalingen daarvan:


“Artikel 142 Verzoekschriften moeten schriftelijk worden gericht aan de voorzitter van de Kamer. Zij mogen niet in persoon of door een delegatie van personen eigenhandig worden afgegeven. Ieder verzoekschrift moet voorzien zijn van de handtekening van de petitionaris en moet duidelijk leesbaar diens naam, voornamen en verblijfplaats opgeven. Alleen de gestelde overheden hebben het recht verzoekschriften in gemeenschappelijke naam in te dienen. Een bondige samenvatting van de verzoekschriften die bij de Kamer zijn ingediend sedert haar jongste vergadering, wordt als bijlage bij het Integraal Verslag gevoegd. De voorzitter van de Kamer verzendt de verzoekschriften, hetzij naar de commissie voor de Verzoekschriften, hetzij naar de commissie die bevoegd is voor de aangelegenheid waarop het verzoekschrift betrekking heeft; ofwel beslist hij dat ze bij de Kamer ter tafel worden gelegd. De commissie voor de Verzoekschriften bestaat uit zeventien leden, door de Kamer aangewezen overeenkomstig de artikelen 157 en 158. Er worden plaatsvervangers aangewezen zoals bepaald in artikel 22.


De commissie voor de Verzoekschriften benoemt, uit haar midden, een voorzitter en een eerste en tweede ondervoorzitter.


De commissie voor de Verzoekschriften stelt in haar reglement van orde de nadere regelen vast van haar werking in het algemeen en voor de behandeling van de verzoekschriften in het bijzonder. Dat reglement van orde wordt als bijlage in het onderhavige Reglement opgenomen.


Artikel 143 1. Naar gelang van het geval neemt de commissie voor de Verzoekschriften zo spoedig mogelijk een van de volgende beslissingen:

1° zij verwijst het verzoekschrift naar: – hetzij de minister, voor schriftelijke uitleg; – hetzij het College van de federale ombudsmannen, voor klachtenbehandeling met toepassing van de wet tot instelling van de federale ombudsmannen; – hetzij de commissie bevoegd voor de aangelegenheid waarop het verzoekschrift betrekking heeft;

2° zij legt het verzoekschrift bij de Kamer ter tafel;

3° zij seponeert het verzoekschrift.

Indien het verzoekschrift naar de minister werd verwezen, verstrekt deze binnen zes weken of binnen een andere termijn vastgesteld door de commissie voor de Verzoekschriften, schriftelijk uitleg aan laatstgenoemde commissie. Heeft de minister zijn antwoord niet binnen deze termijn overgezonden aan de voorzitter van de commissie, dan kan de commissie, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 26, nr. 6, en 30, de aanwezigheid van de minister vorderen. Indien het verzoekschrift naar het College van de federale ombudsmannen werd verwezen, informeert dit de commissie voor de Verzoekschriften geregeld en schriftelijk over het gevolg dat het daaraan geeft. De gemotiveerde beslissing om de klacht niet te behandelen wordt onverwijld schriftelijk medegedeeld aan de commissie, die te allen tijde kan beslissen om de federale ombudsmannen te horen.

Indien het verzoekschrift – met toepassing van artikel 142, zesde lid, of van nr. 1, eerste lid, 1°, derde streepje, van dit artikel –, naar een andere commissie van de Kamer is verwezen, informeert laatstgenoemde commissie de commissie voor de Verzoekschriften geregeld en schriftelijk over het gevolg dat eraan is gegeven. Indien het verzoekschrift – met toepassing van artikel 142, zesde lid, of van nr. 1, eerste lid, 2°, van dit artikel –, bij de Kamer ter tafel is gelegd, informeert de griffi er van de Kamer de commissie voor de Verzoekschriften geregeld en schriftelijk over het gevolg dat eraan is gegeven.

2. Driemaandelijks wordt een lijst met de samenvatting van de Verzoekschriften en met de onder nr. 1 bedoelde beslissingen van de commissie voor de Verzoekschriften aan de leden van de Kamer rondgedeeld.

3. Binnen acht dagen na de ronddeling van de lijst mag ieder lid van de Kamer vragen, dat over een of ander verzoekschrift afzonderlijk verslag zal worden uitgebracht. Deze vraag wordt doorgegeven aan de Conferentie van voorzitters, die oordeelt over de ontvankelijkheid ervan. Wanneer de gestelde termijn is verstreken, of wanneer de Conferentie van voorzitters de vraag heeft afgewezen, zijn de beslissingen van de commissie voor de Verzoekschriften onherroepelijk.

4. De commissie voor de Verzoekschriften brengt jaarlijks aan de Kamer verslag uit over haar werkzaamheden tijdens het afgelopen jaar en kan bij die gelegenheid aanbevelingen formuleren. Zij kan bovendien driemaandelijkse tussentijdse verslagen uitbrengen, indien zij het nuttig acht.

Artikel 144

De commissie voor de Verzoekschriften is tevens belast met de volgende aangelegenheden betreffende het College van de federale ombudsmannen:

a) zij brengt verslag uit, eventueel nadat het advies van andere commissies is ingewonnen, over de voorstellen van verzoeken van de Kamer aan het College van de federale ombudsmannen om een onderzoek in te stellen naar de werking van federale administratieve diensten;

b) zij brengt verslag uit over het jaarverslag en de tussentijdse verslagen die door het College van de federale ombudsmannen worden uitgebracht of zij verwijst die verslagen of delen ervan naar vaste commissies die, na de federale ombudsmannen eventueel te hebben gehoord, verslag uitbrengen aan de Kamer;

c) op verzoek van de Kamer, hoort zij de federale ombudsmannen. Eigenmachtig of op hun verzoek, kan zij te allen tijde de federale ombudsmannen horen;

d) zij brengt verslag uit over de vaststelling en de wijzigingen van het reglement van orde van het College van de federale ombudsmannen, dat de nadere regels voor de klachtenbehandeling bevat en door de Kamer moet worden goedgekeurd.

Artikel 75, nr. 7, is niet van toepassing op de in het eerste lid, a), bedoelde voorstellen. De jaarverslagen en tussentijdse verslagen van het College van de federale ombudsmannen worden gericht tot de Kamer. Na afloop van hun presentatie door de federale ombudsmannen, maakt de commissie voor de Verzoekschriften deze verslagen openbaar.

De commissieverslagen bedoeld in het eerste lid, b), en in artikel 143, nr. 4, kunnen worden samengevoegd tot één jaarlijks of driemaandelijks verslag.” [3] De bijlage bij het Reglement van de Kamer van Volksvertegenwoordigers bevat nog een “Reglement van orde van de commissie van de Verzoekschriften”. Deze volg hier integraal: “Reglement van orde van de commissie voor de Verzoekschriften (opgesteld met toepassing van artikel [142, negende lid], van het Reglement van de Kamer) Aangenomen door de commissie op 20 december 2000

Hoofdstuk I

De verzoekschriften

(Reglement, artikel [143])

1.1. Wanneer de voorzitter van de Kamer aan de commissie voor de Verzoekschriften een verzoekschrift overzendt, stuurt de voorzitter van de commissie de verzoeker een ontvangbewijs. Om ontvankelijk te zijn, moet een verzoekschrift voldoen aan de volgende vereisten qua inhoud en vorm:

a) De indiener van het verzoekschrift moet duidelijk zijn naam, voornaam en adres vermelden en zijn verzoek toelichten.

b) Het verzoekschrift moet deels of geheel betrekking hebben op een aangelegenheid die onder een federale bevoegdheid ressorteert.

1.2. De leden van de commissie voor de Verzoekschriften kunnen gedurende ten minste een week vóór de commissievergadering die uitspraak over de verzoekschriften doet, die verzoekschriften op het secretariaat van de commissie inzien.

1.3. Ten minste vijf volle dagen vóór de vergadering van de commissie bezorgt de voorzitter de leden een samenvatting van de tot de commissie gerichte verzoekschriften.

1.4. Elk verzoekschrift wordt toegelicht en afzonderlijk behandeld; verzoekschriften over hetzelfde onderwerp kunnen gezamenlijk worden behandeld.

1.5. De commissie doet uitspraak overeenkomstig de bepalingen van artikel [143], nr. 1, van het Reglement.

1.6. Zo het verzoekschrift voor (schriftelijke) uitleg aan de minister wordt overgezonden, verloopt de procedure, naar gelang van het geval, als volgt:

a) De door de minister verstrekte schriftelijke verduidelijkingen worden ter kennis gebracht van de commissie, die ze onderzoekt en nagaat of ze volstaan om de behandeling van het verzoekschrift af te sluiten.

b) Indien de commissie de door de minister verschafte uitleg ontoereikend acht, kan zij beslissen dat het verzoekschrift een diepgaander behandeling vergt. Hiertoe heeft zij het recht om:

– de minister om aanvullende verduidelijkingen te verzoeken;

– de minister of zijn afgevaardigde te horen;

– het verzoekschrift, alsmede de schriftelijke uitleg van de minister, door te verwijzen naar een vaste commissie;

– naar analogie van de procedure als vervat in artikel [28], nr. 1 (67), van het Reglement, het advies in te winnen van personen die haar nader kunnen informeren;

– een afzonderlijk verslag over het verzoekschrift uit te brengen;

– een aanbeveling te formuleren in het raam van haar jaarverslag.

c) Indien de minister de gevraagde schriftelijke uitleg na een termijn van twee maanden niet heeft kunnen verschaffen, herinnert de voorzitter van de commissie voor de Verzoekschriften hem/haar aan de beslissing van de commissie en stelt een nieuwe termijn vast.

d) Indien de commissie ook na die nieuwe termijn nog geen antwoord heeft ontvangen, kan zij beslissen de minister of zijn afgevaardigde te horen. 1.7. Zo het verzoekschrift wordt overgezonden aan het College van de federale ombudsmannen, wordt de door het College verstrekte informatie bezorgd aan de leden van de commissie, die, overeenkomstig artikel [143], nr. 1, derde lid, kan beslissen de federale ombudsmannen te horen. Nadat zij van het antwoord van het college kennis heeft genomen, kan de commissie handelen overeenkomstig de in punt 1.6. beschreven procedure. Bij ontstentenis van een antwoord, kan de commissie handelen overeenkomstig de in punt 1.6. beschreven procedure.

1.8. Wordt het verzoekschrift naar een commissie doorverwezen, dan wordt de commissie voor de Verzoekschriften in kennis gesteld van het gevolg dat die commissie aan dat verzoekschrift wil geven; zo de voorzitter van de commissie voor de Verzoekschriften binnen twee maanden ter zake geen antwoord heeft ontvangen of zo het antwoord ontoereikend is, kan de commissie voor de Verzoekschriften handelen overeenkomstig de in punt 1.6. beschreven procedure.

1.9. De voorzitter stelt de verzoeker in kennis van de door de commissie genomen beslissingen en brengt hem op haar advies op de hoogte van de haar verschafte verduidelijkingen.

1.10. Driemaandelijks of na afloop van de vergadering waarop een aantal verzoekschriften werden behandeld wordt een lijst gepubliceerd met een bondige samenvatting van de verzoekschriften alsmede van de door de commissie voor de Verzoekschriften genomen beslissingen. Conform artikel [143], nr. 2, wordt deze lijst aan de leden van de Kamer overgezonden. De eerste tien indieners of ondertekenaars van elke taalrol worden in kennis gesteld van de door de commissie genomen beslissing. Al naar gelang het aantal indieners of het onderwerp van het verzoekschrift, kan de commissie beslissen het aantal eerste indieners of ondertekenaars te verhogen die aldus moeten worden geïnformeerd, of nog een perscommuniqué met de door haar genomen beslissing te verspreiden.

1.11. Een tabel met het overzicht van de behandeling van elk verzoekschrift wordt ter beschikking van de commissie gesteld. Die tabel bevat de basisgegevens ter identificatie van het verzoekschrift (registratienummer, onderwerp, naam van de verzoeker of van de eerste ondertekenaar van elke taalrol, aantal handtekeningen), alsmede de datum waarop het verzoekschrift in commissie werd besproken en de na afloop daarover genomen beslissing, de uiterste datum waarop de geadresseerden van het verzoekschrift moeten hebben gereageerd en de aard van de eventuele maatregelen die na die uiterste datum moeten worden genomen.

1.12. Het jaarverslag van de commissie voor de Verzoekschriften (artikel [143], nr. 4) geeft een overzicht van de activiteiten van de commissie en bevat de aanbevelingen die de commissie eventueel heeft geformuleerd naar aanleiding van een of meer verzoekschriften.” [4] Vlaams gewestelijk/gemeenschappelijk niveau Het “Bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen” regelt:

“Artikel 17

§1. Ieder heeft het recht verzoekschriften, door één of meer personen ondertekend, schriftelijk bij het Vlaams Parlement in te dienen. Zij mogen niet in persoon of door een afvaardiging van personen worden overhandigd.

§2. Het Vlaams Parlement kan de ingediende verzoekschriften naar de Vlaamse Regering verwijzen met het verzoek omtrent de inhoud ervan uitleg te verstrekken binnen de door het Vlaams Parlement bepaalde termijn. Indien het niet mogelijk is om binnen die termijn de gevraagde uitleg te verstrekken, stelt de Vlaamse Regering het Vlaams Parlement hiervan schriftelijk, door een met redenen omkleed bericht, in kennis.

§3. De natuurlijke persoon die een verzoekschrift indient, of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat door verscheidene natuurlijke personen wordt ingediend, heeft recht op een antwoord binnen zes maanden na indiening van het verzoekschrift. De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan eenmalig met drie maanden verlengd worden wanneer de motivering hiervoor schriftelijk aan de verzoeker of de eerste ondertekenaar meegedeeld wordt.

§4. Het decreet bepaalt de nadere voorwaarden waaronder dit recht wordt uitgeoefend en de wijze waarop de verzoekschriften worden behandeld.” [5] Het Decreet van 6 juli 2001 houdende nadere regeling van het recht om verzoekschriften bij het Vlaams Parlement in te dienen (gewijzigd op 8 juli 2005) regelt:

“Artikel 1

Dit decreet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 118, § 2, van de Grondwet.

Artikel 2

Verzoekschriften worden aan het Vlaams Parlement of aan de voorzitter van het Vlaams Parlement gericht, en vermelden op leesbare wijze de naam en voornaam van de indiener of indieners.

Artikel 3

Verzoekschriften die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest behoort, noch op enige wijze hun belangen raakt, zijn onontvankelijk.

Een brief of schriftelijk bericht wordt niet als verzoekschrift gekwalificeerd, als aan één of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de schrijver uit louter een mening zonder concreet verzoek;

b) het geformuleerde verzoek is kennelijk niet ernstig;

c) het taalgebruik is beledigend.

Artikel 4

De eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat ingediend wordt door ten minste vijftienduizend verzoekers heeft het recht gehoord te worden.

Artikel 5

Tijdens een hoorzitting heeft de verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.

Het Vlaams Parlement kan alleen uitspraak doen over verzoekschriften die verband houden met de rechten van het kind, zoals vastgelegd in het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, aangenomen in New York op 20 november 1989, als advies van de inderrechtencommissaris, bedoeld in het decreet van 15 juli 1997 houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris, is ingewonnen. Indien de Kinderrechtencommissaris geen advies uitbrengt binnen de door het Vlaams Parlement opgelegde termijn, kan het Vlaams Parlement toch uitspraak doen over het verzoekschrift zonder dit advies.

Artikel 6

Indien het verzoekschrift een klacht betreft in de zin van artikel 3, eerste lid, 1°, en artikel 3, derde lid van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst, kan de voorzitter van het Vlaams Parlement met de toestemming van de verzoeker en na overleg met de Vlaamse ombudsman, het verzoekschrift naar de Vlaamse ombudsman doorzenden.

Artikel 7

Het decreet van 14 juli 1998 houdende regeling van de bij het Vlaams Parlement ingediende verzoekschriften, gewijzigd bij het decreet van 15 december 1998, wordt opgeheven.

Artikel 8

Indien een verzoekschrift bij het Vlaams Parlement ingediend werd voor de datum van inwerkingtreding van dit decreet, heeft de indiener of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift, het recht gehoord te worden.” [6] Het “Reglement van het Vlaams Parlement” bevat nog de volgende regels:

“Titel 6, Hoofdstuk 9. Verzoekschriften

Artikel 101

1. Van de verzoekschriften wordt, vanaf de indiening ervan, kennisgegeven aan het Uitgebreid Bureau en aan de plenaire vergadering.

2. De voorzitter beslist over de kwalificatie van een brief als verzoekschrift en over de ontvankelijkheid van het verzoekschrift. Hij kan hierover advies inwinnen bij het Uitgebreid Bureau.

3. De voorzitter verwijst de ontvankelijke verzoekschriften naar de bevoegde commissie of naar de plenaire vergadering.

4. De commissie kan onder meer beslissen:

a) het verzoekschrift ten gronde te behandelen;

b) louter kennis te nemen van het verzoekschrift, indien ze oordeelt dat het verzoekschrift niet geschikt is voor parlementaire bespreking. Eventueel kan de commissie in dat geval het verzoekschrift doorzenden naar een andere instantie, of de verzoeker aanbevelen zich tot die andere instantie te wenden;

c) kennis te nemen van het verzoekschrift en de verzoeker het verslag te bezorgen van eerdere parlementaire besprekingen, indien het verzoekschrift een vraag opwerpt die in de loop van dezelfde legislatuur al in een commissie of in de plenaire vergadering aan bod gekomen is bij de behandeling van een agendapunt, het verzoekschrift terzake geen essentieel nieuw element aanbrengt, en de commissie een nieuwe parlementaire discussie hierover niet zinvol acht.

5. Met betrekking tot verzoekschriften die door ten minste 15.000 personen ondertekend zijn, is punt 4, b) en c), niet van toepassing.

6. In het geval bedoeld in punt 4, a), wijst de commissie een of meer verslaggevers aan.

7. De commissie kan voor de behandeling van een verzoekschrift hoorzittingen houden, aan de verslaggever of verslaggevers opdracht geven om ter plaatse de feiten vast te stellen, of het verzoekschrift naar de Regering verwijzen met het verzoek omtrent de inhoud ervan uitleg te verstrekken binnen een termijn die door de commissie vastgelegd wordt.

8. De commissie brengt over een verzoekschrift dat ze ingevolge een beslissing zoals bedoeld in punt 4, a), heeft besproken, verslag uit aan de plenaire vergadering.

9. De plenaire vergadering spreekt zich uit over het verzoekschrift zelf als het werd verwezen naar de plenaire vergadering, of over de conclusies van de commissie als het werd verwezen naar, en ingevolge een beslissing zoals bedoeld in punt 4, a), besproken door de bevoegde commissie.

Iedere volksvertegenwoordiger kan voorstellen de conclusies van de commissie te amenderen zolang de plenaire vergadering ze niet heeft aangenomen.

10. De verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat door verscheidene personen werd ondertekend, wordt in de gevallen bedoeld in punt 4, b) en c), door de voorzitter van de commissie op de hoogte gebracht van de beslissing van de commissie. De verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat door verscheidene personen werd ondertekend, wordt in het geval bedoeld in punt 9 door de voorzitter op de hoogte gebracht van de uitspraak van de plenaire vergadering.

11. Driemaandelijks wordt een lijst opgesteld van alle verzoekschriften waarover in de voorbije periode de bevoegde instantie binnen het Parlement een eindbeslissing genomen heeft. De lijst bevat de datum van indiening van het verzoekschrift, het opschrift van het verzoekschrift, de beslissing, de datum van de beslissing, en in voorkomend geval een verwijzing naar het verslag of naar andere initiatieven die in samenhang met het verzoekschrift genomen werden. De lijst wordt onder de volksvertegenwoordigers en de leden van de Regering verspreid.” [7]

De website van het Vlaams Parlement [8] stelt dat internetpetities ongeldig zijn omdat deze geen authentieke handtekeningen bevatten. Echter dat blijkt nergens uit de wetteksten. De Belgische grondwet en de Vlaamse wetten stellen alleen dat verzoekschriften “door één of meer personen ondertekend” moeten zijn. Als u als petitionaris dus uw handtekening plaatst en daarnaast elektronische ondersteuningsverklaringen bijvoegt, dan voldoet u aan de wet en moet het parlement uw petitie in ontvangst nemen en daarop antwoorden. Laat u niet afschepen.

Provinciaal niveau in Vlaanderen

Het Vlaams Provinciedecreet stelt:

“Artikel 194

Ieder heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, schriftelijk bij de organen van de provincie in te dienen. Verzoekschriften die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van de provincie behoort, zijn onontvankelijk.

Artikel 195

De provincieraad kan de bij hem ingediende verzoekschriften naar de deputatie of naar een provincieraadscommissie verwijzen met het verzoek om over de inhoud ervan uitleg te verstrekken. De verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift, kan worden gehoord door een orgaan van de provincie. In dat geval heeft de verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.

Artikel 196

De provincie verstrekt binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift een gemotiveerd antwoord aan de verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, aan de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift.

Artikel 197

Het huishoudelijk reglement van de provincieraad bepaalt de nadere voorwaarden waaronder dit recht wordt uitgeoefend en de wijze waarop de verzoekschriften worden behandeld.” [9] Let op: het “verzoekschrift” is iets anders dan de “voorstellen van burgers”. Dat laatste recht is zwaarder maar er worden ook hogere eisen aan gesteld. Als voorbeeld van een uitwerking (als genoemd in art. 197 Provinciedecreet) halen we het “Huishoudelijk Reglement” aan van de provincie Antwerpen. Deze regelt:

“Artikel 24

Ieder heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, schriftelijk bij de provincieraad in te dienen. Verzoekschriften die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van de provincieraad behoort, zijn onontvankelijk.

De verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift, kan worden gehoord door de centrale commissie. In dat geval heeft de verzoeker of de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.

De centrale commissie adviseert de provincieraad, die binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift een gemotiveerd antwoord verstrekt aan de verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, aan de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift.” [11]

Gemeentelijk niveau in Vlaanderen

Vlaanderen heeft ongeveer 300 gemeenten. Het Vlaams Gemeentedecreet stelt:

“Artikel 201

Ieder heeft het recht verzoekschriften, door één of meer personen ondertekend, schriftelijk bij de organen van de gemeente in te dienen. Verzoekschriften die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van de gemeente behoort, zijn onontvankelijk.

Artikel 202

De gemeenteraad kan de bij hem ingediende verzoekschriften naar het college van burgemeester en schepenen of naar een gemeenteraadscommissie verwijzen met het verzoek om over de inhoud ervan uitleg te verstrekken.

De verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift, kan worden gehoord door een orgaan van de gemeente. In dat geval, heeft de verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.

Artikel 203

De gemeente verstrekt, binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift, een gemotiveerd antwoord aan de verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, aan de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift.

Artikel 204

Het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad bepaalt de nadere voorwaarden waaronder dit recht wordt uitgeoefend en de wijze waarop de verzoekschriften worden behandeld.” [10] Let op: net als op provinciaal niveau is het “verzoekschrift” iets anders dan de “voorstellen van burgers”. Dat laatste recht is zwaarder maar er worden ook hogere eisen aan gesteld. Als voorbeeld van de uitwerking in een huishoudelijk reglement (art. 204 Gemeentedecreet) halen we de gemeente Antwerpen aan. Haar “Basisreglement Bestuurlijke Organisatie stad Antwerpen” stelt:

“Verzoekschriften aan de organen van de stad

Artikel 109

§1 Iedere burger heeft het recht verzoekschriften, door één of meer personen, ondertekend schriftelijk bij de organen van de stad in te dienen.

§2 De verzoekschriften worden aan de organen van de stad gericht. Een verzoek is een vraag om iets te doen of te laten. Uit de tekst van het verzoekschrift moet de vraag duidelijk zijn.

Een schriftelijke vraag wordt niet als verzoekschrift beschouwd als:

1. de vraag onredelijk is of te vaag geformuleerd;

2. de vraag een loutere mening verwoordt en geen concreet verzoek;

3. een vraag anoniem wordt gesteld, zonder vermelding van naam, voornaam en adres van de vraagsteller;

4. het taalgebruik in de vraag beledigend is;

5. de vraag door dezelfde verzoeker(s) of anderen reeds gesteld en behandeld is;

6. eenzelfde verzoeker(s) meer dan 3 verzoekschriften per jaar heeft/hebben ingediend;

7. de vraag valt onder de reglementering in verband met openbaarheid van bestuur;

8. de vraag reeds behandeld wordt door de stad in het kader van de actieve openbaarheid van bestuur zoals stedelijk wijkoverleg en/of hoorzittingen in het kader van openbaar domein;

9. districts- en gemeenteraadsleden verzoekschriften richten aan de organen van de stad;

10. verenigingen die vertegenwoordigd zijn in adviesraden van de stad Antwerpen of van de districten, verzoekschriften richten aan de organen van de stad.

§3 Verzoekschriften die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van de stad of district behoort, zijn onontvankelijk.

§4 Het college van burgemeester en schepenen beoordeelt of een vraag aan de voorwaarden van §2 en §3 voldoet.

Artikel 110

§1 Het college van burgemeester en schepenen bereidt een antwoord aan de verzoeker voor.

§2 Wanneer het verzoekschrift een onderwerp betreft dat tot de bevoegdheid van één van de districten behoort, vraagt het college verplicht advies aan het bevoegde districtscollege. Het college kan in zijn voorbereiding van antwoord enkel mits uitdrukkelijke motivering afwijken van het advies van de districtssecretaris.

Artikel 111

§1 Het college van burgemeester en schepenen plaatst het verzoekschrift en het ontwerp van antwoord op de agenda van de eerstvolgende gemeenteraad indien het verzoekschrift minstens 21 dagen voor de vergadering werd ontvangen. Wordt het verzoekschrift of antwoord later ingediend, dan komt het op de agenda van een volgende vergadering.

§2 De Stad beslist over het antwoord aan de verzoeker.

§3 Wanneer het verzoekschrift een onderwerp betreft dat tot de bevoegdheid van één van de districten behoort, vermeldt de Stad dit en de aanduiding van het bevoegde district uitdrukkelijk in zijn antwoord.

§4 De Stad kan beslissen om de verzoeker, of indien het verzoekschrift door meer personen is ondertekend, de eerste ondertekenaar, te horen. In dat geval heeft de verzoeker of de eerste ondertekenaar het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze. Wanneer de gemeenteraad beslist om verzoeker te horen, wordt hij/zij daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Deze hoorzitting vindt plaats op de bevoegde raadscommissie ter voorbereiding van de eerstvolgende gemeenteraad.

Artikel 112

De Stad verstrekt, binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift, een gemotiveerd antwoord aan de verzoeker, of indien het verzoekschrift door meer personen is ondertekend, aan de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift.” [12]

Nog openstaande vragen

M.b.t. federaal niveau:

- Moeten verzoekschriften nu bij de federale regering, de Kamer of de Senaat worden ingediend? Of mag de burger dit zelf bepalen?

- Het verbod op het “in persoon” indienen van verzoekschriften betekent dus dat je ze per post moet insturen? Zo ja, wat zijn de adressen?

- Bestaat er ergens een verbod op internetpetities?

M.b.t. Vlaams geweestelijk niveau:

- Hoe gaan we om met het verbod op internetpetities?

- Wat betekent het dat de parlementscommissie pas met 15.000 handtekeningen verplicht is een verzoekschrift “ten gronde” te behandelen? Wat houdt de behandeling “ten gronde” in?

M.b.t. Vlaams provinciaal niveau:

- Betekent het feit dat verzoekschriften “ondertekend” moeten worden dat internetpetities niet zijn toegestaan? Hoe gaan we daarmee om?

- Is er nog meer regelgeving? Het Provinciedecreet spreekt over de huishoudelijke reglementen van de provincies?

M.b.t. Vlaamse gemeenten: - Betekent het feit dat verzoekschriften “ondertekend” moeten worden dat internetpetities niet zijn toegestaan? Hoe gaan we daarmee om?

- Is er meer regelgeving? Hebben provincies nog eigen verordeningen o.i.d. waarin ze verdere beperkingen aan of uitwerkingen van het Gemeentedecreet geven?

Algemene verwijzigingen:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Petitierecht#Belgi.C3.AB

http://participatiewiki.be/wiki/index.php/Petitierecht_(verzoekschriften)

Noten

[1] http://www.senate.be/doc/const_nl.html

[2] http://www.senate.be/doc/const_nl.html

[3] http://www.dekamer.be/kvvcr/pdf_sections/publications/reglement/reglement_NL_07_2010.pdf

[4] http://www.dekamer.be/kvvcr/pdf_sections/publications/reglement/reglement_NL_bijlage_10_201 0.pdf

[5] http://www.vlaamsparlement.be/vp/contact/verzoekschriften/reglementering.html

[6] http://www.vlaamsparlement.be/vp/contact/verzoekschriften/reglementering.html

[7] http://www.vlaamsparlement.be/vp/contact/verzoekschriften/reglementering.html

[8] http://www.vlaamsparlement.be/vp/contact/verzoekschriften/hoe_indienen_verzoekschrift.html

[9] http://codex.vlaanderen.be/Portals/Codex/documenten/1014158.html

[10] http://codex.vlaanderen.be/Portals/Codex/documenten/1013949.html

[11] http://www.provant.be/binaries/0_1_tcm7-165702.pdf

[12] http://www.antwerpen.be/docs/Stad/Bedrijven/Zelfstandige_stafdiensten/ZS_Notulen/20130128_R eglement_bestuurlijke_organisatie.pdf

Besluit

  • We zien dus dat het indienen van een verzoekschrift bij de overheid mogelijk is vanaf één handtekening. Vanaf 15.000 handtekeningen is er 'het recht om gehoord te worden' als er een petitie met voldoende handtekeningen ingediend wordt bij het Vlaams Parlement. Hoe dit 'gehoord worden' in detail ingevuld wordt door de politici is verder niet bepaald. Het recht kan dus strikt toegepast worden, de indiener mag het onderwerp van zijn petitie toelichten, bijvoorbeeld aan een beperkte commissie. Wie er aanwezig zal zijn en hoe lang de spreektijd zal zijn wordt bepaald door de betrokken commissie. Wat de bijdrage is van de 'deskundige' die eventueel ook gehoord kan worden, op voordracht van de petitionaris, wordt ook bepaald door de betrokken commissie.

Het is dus duidelijk dat de petitie best past in een geheel van activiteiten waarvan de petitie maar een onderdeel is.

Het is belangrijk om relaties te ontwikkelen met politici die bereid zijn om uw onderwerp te steunen. Zij kunnen intern voor begeleiding van de petitie zorgen door bijvoorbeeld er voor te zorgen dat het 'gehoord worden' maximaal benut wordt.

Het is ook belangrijk om relaties met de media te ontwikkelen zodat uw activiteit in het nieuws komt. Het afgeven van de petitie kan zo'n media moment zijn. Het eventueel resultaat en de volgende acties kunnen ook in de media gebracht worden. Tussentijdse acties zijn dus ook belangrijk (halfweg, ..enz).

Een petitie met weinig handtekeningen die regelmatig in het nieuws komt kan mogelijk veel meer 'politiek effect' hebben dan een petitie die voldoende handtekeningen haalt om 'gehoord' te worden, maar waar niemand van het publiek ooit iets van hoort.

Uit onze TOOLBOX zijn de 10 ingedienten voor een succesvolle bewonersgroep ook interessant.

De online petities (verzoekschriften) zoals bv. op Petitie.be leiden in hun finale vorm voor “indiening”, via een door de petitionaris of de behulpzame moderator, aan te klikken knop “export”, tot een van het scherm in een bestand te kopiëren en/of af te drukken lijst met ondertekenaars, voorafgegaan door het betreffende verzoekschrift en de identificatie van de indiener (“eerste ondertekenaar”) met een ruimte voor originele ondertekening. OPGELET: die lijst is in principe een vertrouwelijk document tussen de petitionaris en het geadresseerde bestuursorgaan, omdat er ook de gegevens in verschijnen van de ondertekenaars die ervoor opteerden om anoniem te blijven op de site maar natuurlijk niet in deze lijst!.

Tot heden is de 'online petitie' echter niet dienstig om formele dwang uit te oefenen op bestuursorganen, of het recht om 'gehoord te worden' op te eisen, omdat daarvoor alle ondertekeningen moeten gebeuren met een originele handtekening “op papier”. Het is dus in feite een 'verzoekschrift' met één originele handtekening én een 'informele lijst' van mensen die steun betuigen aan het initiatief.

Toch is het reeds voorgevallen dat 'online handtekeningen' mee werden opgenomen in het aantal handtekeningen dat nodig was om 'gehoord' te worden. Er is dus, mits de nodige 'connecties' en publiciteit, ruimte voor onderhandeling. Het is echter voor de petitionaris meestal niet interessant om een goed lopende handtekeningwerving vroegtijdig te stoppen omdat er, zelfs als de handtekeningwerving resulteert in een Volksraadpleging, er geen bindend gevolg is. Directe_Democratie#Begrippen. De handtekeningwerving op zich kan ook gezien worden als een belangrijk onderdeel van het bewustmakingsproces en ledenwerving. Indien er grote aantallen handtekeningen nodig zijn, bv voor het aanvragen van een Volksraadpleging in een grote stad (bv Oosterweelreferendum)dan zal een werking in groepjes waar men taken toebedeeld volgens de bekwaamheden wellicht noodzakelijk zijn (handtekeningwervers, verstrekken van informatie, opvang van belangstellenden,..).